Gerechtsdeurwaarders : Dat doet de deur dicht
Persberichten - Recht van de consumenten Date : 23-04-2007Over wanpraktijken bij gerechtsdeurwaarders Steeds meer gerechtsdeurwaarders nemen een loopje met de wet wanneer zij schulden bij consumenten invorderen. Verschillende hulpverlenende instanties, consumentenorganisaties en parlementairen trekken aan de alarmbel. Zij eisen dat de incassopraktijken van gerechtsdeurwaarders streng worden gecontroleerd.
Uitzonderlijk is het niet meer: consumenten betwisten een rekening en krijgen plots een dreigbrief van een gerechtsdeurwaarder in de bus. Onmiddellijk betalen of er volgt een dagvaarding met “alle kosten ten uwen laste”. Wat is er aan de hand? Gerechtsdeurwaarders zijn vooral bekend voor hun traditionele, wettelijke bevoegdheid om beslag te leggen op iemands meubelen. Zij doen dit doorgaans op basis van een vonnis, een zogenaamde “uitvoerbare titel”. De jongste jaren gaan zij hoe langer hoe meer over tot schuldinvorderingen zonder dat er van enige gerechtelijke veroordeling sprake is. Op dat moment gedragen zij zich als incassobureaus, zonder zich aan de regels te houden. Van onduidelijkheid over kosten...In hun dreigbrieven rekenen de gerechtsdeurwaarders de consument aanzienlijke kosten aan, die hetzij voorzien zijn in hun tarieven (bijvoorbeeld “aanmaningskosten”), hetzij niet voorzien zijn in hun tarieven (bijvoorbeeld “kosten kantoor”, “administratiekosten”, enz.). Deze praktijk is zeer betwistbaar. In de aanmaningsbrieven worden vaak allerlei posten opgesomd waarvan de schuldenaar de herkomst niet kan nagaan, noch hoe die bedragen berekend worden. Meestal beperkt men zich tot de opsomming van de verschillende posten onder benamingen als “hoofdsom”, “intresten”, “aanmaningskosten”, “inningsrechten”... Bij de vermelding van intresten, zoals nalatigheidsintresten, wordt niet verklaard wat de intrestvoet is en over welke periode (hoeveel dagen) die aangerekend is. In aanmaningsbrieven wordt veelal vermeld dat bij niet-betaling zal worden overgegaan tot een gerechtelijke procedure (dagvaarding) en dat de kosten daarvan ten laste zullen vallen van de bestemmeling. Nochtans komt het enkel de rechter toe om de partij die in het ongelijk wordt gesteld, te veroordelen tot betaling van de kosten. ...tot intimidatieWanneer gerechtsdeurwaarders overgaan tot een minnelijke invordering van schulden, werken zij voor hun aanmaningsbrieven met hun gebruikelijke briefpapier. In het briefhoofd staat dan vermeld dat de afzender een gerechtsdeurwaarder is. Vele consumenten geraken daardoor geïntimideerd. Niet iedereen weet trouwens dat de gerechtsdeurwaarder in de minnelijke fase niet kan overgaan tot dwangmaatregelen. De aanmaningsbrieven vermelden trouwens doorgaans niet dat het om een minnelijke invordering gaat. Naar een strenger kaderVanuit de voornoemde vaststellingen doen de leden van het platform volgende duidelijke beleidsvoorstellen: - De gerechtsdeurwaarders die overgaan tot een minnelijke invordering van schulden moeten alle bepalingen van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van de consument naleven, met uitzondering van de inschrijvingsplicht bij de FOD Economie. De naleving daarvan wordt gecontroleerd door de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie.
- Het Centraal bestand van berichten van beslag en de andere bepalingen van de wet van 29 mei 2000 houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek moet dringend geïnstalleerd worden om ervoor te zorgen dat bij dezelfde persoon geen beslag gelegd wordt door verschillende gerechtsdeurwaarders. Dergelijk Centraal bestand kan ook het nodige statistische materiaal leveren (hoeveel beslagen, hoeveel verkopingen per gerechtsdeurwaarder,…).
- De huidige praktijk waarbij beslagen worden gelegd die niets opleveren, moet aan banden worden gelegd.
- Er moet een informatieplicht van de gerechtsdeurwaarder tegenover de schuldenaar worden ingevoerd in de wetgeving in verband met diens rechten en plichten.
- Er moet een meldpunt of ombudsdienst worden opgericht waar mensen terecht kunnen met vragen en klachten over beslagprocedures.
- De lijst van niet voor beslag vatbare goederen moet worden aangepast.
Het volledig memorandum: http://www.oivo-crioc.org/files/nl/2083nl.pdf Coördinatie: Verbruikersateljee Organisatie: OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties), Vlaams Centrum Schuldbemiddeling, Welzijnszorg, Vlaams Netwerk van Verenigingen waar armen het woord nemen, GREPA vzw (Steunpunt voor de diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), Dignitas, CAW Archipel Ondersteuning: Magda De Meyer (sp.a), Tom Dehaene (CD&V), Karine Lalieux (PS), Zoë Genot (Ecolo)
|