| | Kinderveiligheid in België: slechts geslaagd met voldoening !
Persberichten - Veiligheid Date : 19-11-2007Letsels zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen en jongeren van 0-19 jaar in België. Jaarlijks sterven immers gemiddeld 300 kinderen van 0 tot 19 jaar in België als gevolg van een onopzettelijk letsel (ongeval). In dat opzicht werd op Europees niveau de zogenaamde Child Safety Report Card ontwikkeld, een meetinstrument voor hoe goed een bepaald land het doet met betrekking tot de veiligheid van kinderen. België haalt met een gemiddelde van 3 op 5 net een voldoening, maar het kan ambitieuzer!
De European Child Safety Alliance (ECSA) onderzocht, in samenwerking met haar nationale leden, hoe veilig 18 landen in de Europese Unie zijn voor kinderen. Een overzicht van de scores wordt per land weergegeven in een Child Safety Report Card. Die is gebaseerd op een onderzoek van bewezen goede praktijken in België op het vlak van de veiligheid van kinderen en jongeren tot juli 2006.
Uit de kinderveiligheidscores blijkt dat er meer gedaan kan worden op het vlak van het invoeren, het implementeren en het opleggen van beleidsmaatregelen ten bate van meer veiligheid voor passagiers en fietsers en van de preventie van verdrinking, vallen, brandwonden en verstikking/strangulatie. Ook op het vlak van het beleid, de infrastructuur en capaciteit inzake de veiligheid van kinderen, scoort België niet goed.
Naar een geconsolideerde aanpak
De cijfers zijn allerminst bemoedigend en dringen aan op strengere aanpak. Zo is er een nationale strategie nodig die specifieke streefdoelen op het vlak van de veiligheid van kinderen en jongeren vooropstelt.
Door de complexe staatsstructuur kent België een versnippering van bevoegdheden op het vlak van de veiligheid van kinderen. Ook de sector ongevallenpreventie is versnipperd. Een gecoördineerde aanpak van alle activiteiten betreffende de veiligheid van kinderen, zowel op overheidsniveau als in de sector ongevallenpreventie dringt zich op.
Cijfergegevens over ongevallen in de privésfeer zijn in België eerder schaars en vaak onvolledig. Nochtans is het kennen van de oorzaken en karakteristieken van ongevallen een belangrijke voorwaarde om een preventief veiligheidsbeleid te voeren en om de veiligheid van de consumenten te garanderen. Het beschikken over uniforme, wetenschappelijke en representatieve ongevallengegevens moet een absolute prioriteit worden.
Daarnaast is er een specifieke behoefte aan opleiding voor technische experts en aan netwerkvorming om te zorgen voor een betere uitwisseling van informatie over goede praktijken en kennisoverdracht.
Concrete acties
België blijft echter niet bij de pakken zitten. Het OIVO, als Belgische vertegenwoordiger en lid van ECSA, coördineerde de uitwerking van een voorstel voor een Belgisch actieplan voor de veiligheid van kinderen (1) met alle actoren. Het proces werd mee begeleid door een Planningscomité dat samengesteld is uit verschillende experts (2) . Het voorstel voor een actieplan stoelt op acht thematische prioriteiten, die elk een specifiek aspect van kinderveiligheid belichten en waarin concrete aanbevelingen worden gedaan.
Zo willen we dat een permanente verkeerseducatie (kennis, vaardigheden en attitudes) wordt voorzien in het basisonderwijs en het secundair onderwijs (2,5 tot 18 jaar).
Voor de preventie van brandwonden zijn wij er voorstander van dat het gebruik van rookmelders in alle particuliere woningen wordt verplicht, en dat enkel warmwaterinstallaties met veilige voorgeprogrammeerde temperaturen op de markt mogen worden gebracht.
Voor de valpreventie moet de veiligheid van constructies van het huis met betrekking tot jonge kinderen van 0 tot 4 jaar worden verhoogd door o.a. de norm voor balustrades (knelling vermijden en niet-beklimbaar maken) aan te passen.
Dit is slechts een greep uit ons voorstel voor een Belgisch actieplan voor de veiligheid van kinderen.
Het volledige voorstel voor een Belgisch actieplan voor de veiligheid van kinderen, een samenvatting van elke prioriteit in een aparte fiche, net als alle andere informatie rond het Belgisch Actieplan en de Report Card zijn te vinden op onze website www.oivo.be. Hopelijk zetten deze aanbevelingen zich om in beleidsinitiatieven zodat België in de toekomst op zijn minst met een onderscheiding kan uitpakken.
(1)Het actieplan behandelt enkel de niet-opzettelijke letsels (alle ongevallen).
(2)Jan Deconinck, Federaal Kabinet van Consumentenzaken
Maureen Logghe, Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, Dienst Consumentenveiligheid
Anne Vandenberghe, Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directie Verkeersveiligheid
Christophe Courouble, Programmatorische Overheidsdienst Consumentenzaken
Lynn Dupuis, Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV), cel Educatie
Kirsten De Mulder, Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV), cel Educatie
Barbara Vanden Bulcke, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Agentschap Zorg en Gezondheid
Mia Van Laeken, Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie (VIG)
Martine Bantuelle, Educa-Santé, coördinatie van het plan quinquennal de prévention des traumatismes et de promotion de la sécurité du Ministère de la Communauté française
Martine Bauwens, Cel Leefmilieu en Gezondheid (CEHAP)
|