Een piercing laten plaatsen is echter niet zo volkomen onschadelijk. Net als voor tatoeages geldt, gaat het hier om een delicate handeling die bijzondere zorgen vereist vóór, tijdens en na de ingreep.
Een onvolledige reglementering
Sinds 1 januari 2006 heeft het Ministerie van Gezondheid maatregelen uitgewerkt met betrekking tot piercings en tatoeages. Die reglementering is het resultaat van een samenwerking met de Association des tatoueurs et pierceurs professionnels wallons (ATPPW). Vroeger was er maar één charter dat de professionele leden van die vereniging verbond en die vereniging vertegenwoordigde dus niet alle beoefenaars van het beroep. Dat charter "piercings", samen met het equivalent voor "tatoeages", beoogde toen om "een einde te maken aan de grote charlatankermis" (vert.).
Er was al talloze keren om zulk een reglementering gevraagd. Het OIVO had trouwens al aan de alarmbel getrokken in 2004. De reglementering kreeg concreet vorm in het koninklijk besluit van 25 november 2005 (art. 4, § 1, en 12) en werd in de praktijk een feit sinds 1 januari 2006.
Dat besluit dekt ruimschoots alle aspecten van piercings en tatoeages: de opleiding van het personeel, de werkplek, de traceerbaarheid van de gebruikte producten, het bepalen van de risicopersonen (onder andere de hemofiliepatiënten (bloeders), de controles die uitgevoerd (moeten- worden... Dit besluit voorziet ook een aantal afwijkingen voor de salons waar geen piercing van de oorlel wordt uitgevoerd. Het biedt globaal een antwoord op de problemen die het OIVO aan de kaak stelde.
Elke piercingzetter/tatoeëerder is verantwoordelijk voor het inschatten van de geestelijke en fysieke staat van de klant (maturiteit, fysieke weerbaarheid) alsook van de eventuele invloed van alcohol, drugs of geneesmiddelen op het beoordelingsvermogen van de klant. Een geschreven contract verbindt hem met de klant, die erkent kennis genomen te hebben van de risico's die aan het tatoeëren en/of piercen verbonden zijn, van de gevallen waarin een voorafgaand bezoek aan de dokter gevraagd wordt, van de noodzakelijk in acht te nemen zorgen tijdens het insnijden, van de bijzondere voorzorgen en de contra-indicaties.
Zodra die reglementering ingevoerd werd, vond de ATPPW ze al onvolledig, in het bijzonder op het punt over de ontoereikende opleiding van het personeel in de tekst. Bovendien is de bescherming van de minderjarigen niet genoeg gewaarborgd. Een jongere van 12 of 13 jaar kan een tatoeage laten zetten zonder toelating. De tekst beveelt immers gewoon aan om geen piercings of tatoeages te plaatsen bij kinderen die niet in staat zijn om zulke beslissingen te nemen. Ze betreuren ook het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de piercingzetters/tatoeëerders en juweliers want de handeling is dezelfde en dus zijn de gezondheidsrisico's dat ook.
Bij gebrek aan een wet betreffende de leeftijd passen de gewetensvolle beoefenaars van het beroep de volgende principes toe: geen tatoeage onder de 18 jaar, tenzij met toestemming van de ouders (dan mag het vanaf 16 jaar). En geen piercing onder de 16 jaar, tenzij met toestemming van de ouders (dan mag het vanaf 14 jaar). De aanwezig van de ouder bij de ingreep is dan over het algemeen wel vereist.
De controles sinds 2006
Sinds het wettelijke kader van kracht werd, hebben de controlecampagnes van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid aangetoond dat de twistgevallen bij het controleren van de piercingpraktijken voornamelijk gaan over de uitoefening van de activiteiten op markten, foren in doorgaans slechte hygiënische omstandigheden. Op gemiddeld 500 controles per jaar werden in 2009 werden 70 inbreuken geregistreerd, waarbij voor het overgrote deel ervan een verwittiging volstond.
Er werd ook vastgesteld dat de erkende beoefenaars van deze praktijken zich bewust zijn van de noodzaak om hun activiteit in goede hygiënische omstandigheden uit te voeren.
Zonder risico?
Het slagen of falen van de piercing wordt bepaald door een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door de piercingzetter en door de klant. Volgens de waarnemingen zijn de meeste infectiegevallen te wijten aan slechte zorgen na de ingreep in hoofde van de klant zelf. Zoals voor elk verbruiksgoed geldt, vermijd je maar beter impulsieve aankopen. Neem de tijd om na te denken en je idee met de verkoper te bespreken. Als die laatste plichtsbewust is, zal hij je geduldig uitleggen welke voorzorgen je moet nemen en welke risico's je loopt. Bij de minste twijfel doe je er best aan contact op te nemen met de FOD Volksgezondheid om u ervan te vergewissen dat de handelaar wel degelijk een vergunning heeft.
Het OIVO vraagt om nog verder te gaan
Voor wat specifiek de piercing betreft, staat er geen enkel ontwerp tot wijziging van de reglementering op de agenda. Wat de tatoeages betreft, denkt de wetgever eraan een bedenktijd vóór de beslissing toe te voegen en een meer gedetailleerd contract tussen klant en tatoeëerder in te voeren (denk maar aan het recente geval van het sterrenmeisje dat de voorpagina's van de kranten heeft gehaald). Een aantal vragen die het OIVO in 2004 al heeft geopperd, zijn echter nog (altijd) hangende. Om de consumenten en in het bijzonder de jongeren beter te beschermen, vraagt het OIVO aan de minister van Consumentenbescherming en aan de minister van Gezondheid om de huidige wetgeving concreter te maken door het vastleggen van:
- De procedure voor het toelaten van een tatoeage of piercing bij minderjarigen.
- De omstandigheden waarin bepaalde praktijken toegelaten of verboden zijn (permanente tatoeage of niet/piercing, maar ook de nieuwe technieken zoals branding, implantaten, het inkerven, ...).
- Een verplichte bedenktijd voor de permanente ingrepen (tatoeages, brandings en inkervingen).
- Wie de ingrepen mag uitvoeren (invoeren van een ernstige vorming, op vraag van de professionele piercingzetters/tatoeëerders zelf).