Het grote principe van de eerlijke handel is een correcte vergoeding garanderen aan de producenten, die doorgaans gevestigd zijn in de ontwikkelingslanden. Dit wordt bewerkstelligd door een hogere prijs te hanteren dan die op de courante markt, om zo meer menswaardige productievoorwaarden en betere levensomstandigheden mogelijk te maken. Deze manier van handel drijven (fair trade) is een alternatief voor de klassieke wereldhandel (free trade) en organiseert hoofdzakelijk op basis van sociale normen nieuwe productie- en distributiekanalen. De eerlijke handel biedt aan de consument garanties op het vlak van respect voor de normen, dat over het algemeen door een label gestaafd wordt.
Max Havelaar, de peetvader
In 1988 creëerde een Nederlandse priester-arbeider, Frans van der Hoff genaamd, het Max Havelaar label. Het is meteen het oudste van dergelijke labels en blijft nog altijd de referentie op dit domein. Oorspronkelijk gold het label speciaal voor koffie, maar vandaag de dag heeft het betrekking op een hele reeks food- en non-foodproducten. Eén van de garanties die Max Havelaar de consument biedt, is dat de contractuele relatie tussen producenten en exporteurs of importeurs formeel (op papier) vastgelegd wordt. Daarbij moeten laatstgenoemden een gewaarborgde minimumprijs, een ontwikkelingspremie en een voorschot betalen en een langetermijncontract ondertekenen. Max Havelaar waakt ook over het respect voor de arbeidsomstandigheden (geen dwangarbeid, geen kinderarbeid, vrijheid van vakbonds¬lidmaatschap en collectieve onderhandeling enzovoort) en hanteert tevens milieucriteria (behoud van de ecosystemen, beperkt gebruik van synthetische pesticiden en meststoffen, verbod op gebruik van GGO's enz.). De certificatie is toevertrouwd aan een derde organisme, FLO-Cert, dat ressorteert onder FLO International (Fairtrade Labelling Organisations), een organisatie die ook verantwoordelijk is voor de bepaling van de internationale normen voor de eerlijke handel.
Nog tal van andere labels
Vanwege het commerciële succes zijn er op die 'markt' van de eerlijke handel nog tal van andere labels verschenen, die het begrip 'fairtrade' in meer of mindere mate strikt toepassen. We denken bijvoorbeeld aan het UTZ Certified label, een Nederlands label gelanceerd in 1997, dat aan de producenten maar een kleine premie aanbiedt in functie van hun eerbied voor een lastenkohier dat zich toespitst op professionalisering, de kwaliteit van de producten en de naleving van enkele milieucriteria. Een ander voorbeeld is het Rainforest Alliance label, dat geen minimumprijs waarborgt, maar de klemtoon legt op de principes van menswaardige arbeidsomstandigheden en geïntegreerde landbouwpraktijken die weinig milieu-impact hebben (bescherming van de bodem en het ecosysteem, behoud van de soorten, water- en afvalstoffenbeheer e.a.).
Verder is er nog het Fair for Life programma, gelanceerd in Zwitserland in 2006, dat specifiek iets wil doen voor de producenten en actoren van de eerlijke handel die er niet in slagen om in het systeem van de FLO International-normen binnen te geraken, door een onafhankelijke certificatie voor hen te laten spelen die bevestigt dat ze criteria eerbiedigen zoals het verwerpen van dwangarbeid/kinderarbeid, het toestaan van de vrijheid van vereniging, veilige en menswaardige arbeidsomstandigheden enz. Er bestaan ook labels die specifieker voor bepaalde sectoren bedoeld zijn, zoals het Goodweave Rugmark label voor de tapijten, de FSC en PEFC labels voor hout, het Fairwild label geneeskrachtige en aromatische planten, … En ten slotte zijn er organisaties zoals OXFAM-Wereldwinkels die strikt genomen geen label hebben, maar toch officieel erkend worden door de Belgische Coöperatie voor de ontwikkeling.
Nood aan een wettelijk kader
Het aangegeven militante streefdoel van strijden voor meer sociale rechtvaardigheid in de wereld via eerlijkere handelstransacties rechtvaardigde aanvankelijk een zekere toegeeflijkheid op het gebied van de gebruikte methoden. Vandaag de dag ligt dat anders en eist de consument garanties. Na beschuldigingen van zelfregulering, protectionisme en gebrek aan transparantie is de sector van de eerlijke handel rijper geworden door zich te professionaliseren. De sector begint bijvoorbeeld gedragscodes te gebruiken en we zien almaar vaker de internationale norm ISO 65 verschijnen, die staat voor de algemene vereisten betreffende de organismen die de producten certificeren. Maar ondanks dat hebben nog altijd niet alle ondernemingen een ethische houding aangenomen en kennen sommige zichzelf een "fairtrade" etiket toe zonder de criteria daarvoor te respecteren. Een nog groter probleem is dat de FLO lastenkohieren certificeert waar verschillende criteria in gehanteerd worden, maar die allemaal als eerlijke handel bestempeld worden. Dat maakt het behoorlijk moeilijk voor de consument. Een echt wettelijk kader dat de criteria vastlegt, de onafhankelijke controleorganismen erkent en de sancties bepaalt, zou het mogelijk maken om voor de consument duidelijkheid te scheppen en tegelijk een eventuele gedragscode voor de eerlijke handel te ondersteunen.
Lees ook:
Artisanale en fairtrade producten
Artisanale producten en eerlijke handel : een perfect huwelijk.