Adviezen Raad voor het Verbruik
De wakkere consument - Recht van de consumenten Date : 31-01-2008Op 15 januari laatstleden keurde de Raad voor het Verbruik twee nieuwe adviezen goed. Het ene gaat over de evaluatie van de wet van 1 september 2004 betreffende de garanties voor de verbruiksgoederen en het andere handelt over de minderjarigen en de gevaren rond hun nieuwe betaalmiddelen. Het eerste advies gaat dus over de wet van 1 september 2004 betreffende de garanties voor de verbruiksgoederen, die van kracht werd in januari 2005 en waaraan al meerdere onderzoeken gewijd werden, waarvan de resultaten hebben helpen aantonen dat die wet in meerdere opzichten niet nageleefd werd (en wordt). Artikel 9 van die wet voorziet een evaluatie ten laatste 3 jaar na het van kracht worden en het is in die zin dat de verbruikersorganisaties voorstellen voor verbeteringen hebben uitgewerkt om de problemen bij de toepassing van de wet op te lossen. De conclusie van de onderzoeken en de werken van de RVV is dat de voorlichting en de bescherming van de consument moeten verbeteren. • Voorlichting van de consumentEen eerste vaststelling is dat veel consumenten hun rechten in verband met de garanties voor verbruiksgoederen niet kennen. We stellen enerzijds een duidelijk gebrek vast aan communicatie met duidelijke informatie vanwege de verkoper naar de consument toe. Anderzijds is er grote verwarring bij de consumenten tussen de zogenaamde wettelijke garantie en de commerciële garantie. Voor een betere informatie van de consument doen de verbruikersorganisaties de volgende aanbevelingen: 1. Voor elk verbruiksgoed dat wordt verkocht met een document waarop de algemene verkoopvoorwaarden vermeld worden, moet dat document opgesplitst zijn in twee afzonderlijke delen, namelijk één over de commerciële garantie en het andere over de wettelijke garantie. Het deel over de commerciële garantie moet nadrukkelijk vermelden dat de wettelijke bescherming niet door de commerciële garantie geschaad wordt. 2. In het kader van een grote informatiecampagne moeten verklarende en educatieve brochures over de wettelijke garantie die de consumenten genieten, op grote schaal verspreid worden. • Bescherming van de consumentDuur van de garantie, schorsing van die looptijd tijdens de herstelperiode, kosteloze toegang tot de garantie, ... zijn allemaal lijntjes waar de verkoper vaak buiten kleurt. Daarenboven bieden bepaalde elementen van de wet de consument niet genoeg bescherming. De wet schrijft immers voor dat het de consument is die na 6 maanden moet bewijzen dat een eventuele non-conformiteit al bestond op het moment van de levering. Dit heeft tot gevolg dat de looptijd van de garantie sterk wordt ingekort omdat dit bewijs praktisch onmogelijk door de consument geleverd kan worden. Daarnaast moeten de consumenten het soms heel lang zonder hun apparaat stellen zonder dat de verkopers de moeite nemen om ze spontaan in te lichten over het verloop van de herstelling. In dat verband bevelen de verbruikersorganisaties het volgende aan: - De periode van 6 maanden verlengen tot 1 jaar.
- De consument het recht geven om zijn recht op de garantie rechtstreeks bij de fabrikant te doen gelden.
- Tijdens de herstelperiode vervangtoestellen ter beschikking stellen van de consumenten die dat wensen.
- Verplichte vervanging van het goed na 2 opeenvolgende inefficiënte herstellingen voor een zelfde (terugkerend) defect.
Het tweede advies dat de Raad voor het Verbruik goedkeurde, gaat over de gevaren rond de nieuwe betaalmiddelen voor de minderjarigen. In principe heeft een minderjarige niet de juridische bekwaamheid die nodig is voor het afsluiten van contracten, maar er bestaan zoveel uitzonderingen op dat principe dat we eerder zullen spreken van een beperkte bekwaamheid in hoofde van de minderjarige. Een minderjarige kan immers volkomen geldig alleen een aankoop doen via het internet, op voorwaarde dat die aankoop valt onder de categorie van de daden van het courante leven. Die formulering is jammer genoeg een bron van juridische onzekerheid en is heel subjectief, omdat de perceptie van wat wel of niet een daad van het courante leven is sterk verschilt van persoon tot persoon. De beschikkingen betreffende de bescherming van de consumenten, onder andere op het vlak van de verkoop op afstand, worden toegepast wanneer een minderjarige een contract afsluit, maar de regels die specifiek bestemd zijn om de minderjarigen preventief te beschermen tegen hun goedgelovigheid of hun gebrek aan ervaring, zijn weinig talrijk of zelfs onbestaand. De jongere beseft heel vaak niet hoe groot de draagwijdte en de gevolgen kunnen zijn van een aankoop of andere uitgave die hij/zij doet op het net. Daarom pleiten de verbruikersorganisaties voor het uitwerken van soepele preventie¬maatregelen waarmee het mogelijk wordt om filters in gebruik te nemen die de risico's en uitspattingen op het vlak van uitgaven door minderjarigen op het web maximaal proberen te beperken. • Welke betaalmiddelen worden door de jongeren gebruikt en wat zijn de gevaren?- Jongeren kunnen betalingen doen via duur betaalde telefoonoproepen of via SMS. Die betaalwijzen worden maar eenmaal per maand gefactureerd, wat soms voor onaangename verrassingen zorgt voor de minderjarige én voor zijn/haar ouders bij ontvangst van de maandafrekening.
- Ze kunnen voorafbetaalde kaarten gebruiken. Dat systeem dat bepaalde websites aanbieden, is wel minder gevaarlijk, maar blijft moeilijk te controleren door de ouders en/of voogden.
- Ze kunnen een abonnement nemen op verschillende diensten (logo's, beltonen, horoscoop, sportuitslagen, ...) die ze via hun GSM ontvangen en waarvoor de algemene voorwaarden, onder andere betreffende de prijs en de opzegmogelijkheden, vaak behoorlijk onduidelijk en complex zijn.
- Ze kunnen - en dat is nieuw - een betaalkaart (Bancontact/MisterCash) gebruiken om een betaling via het internet te doen.
De jongere, of meer bepaald de minderjarige, beschikt dus over vele mogelijkheden om de betalingen te doen voor aankopen die hij/zij via het internet heeft gedaan en die ernstige risico's voor hem/haar kunnen meebrengen. Door die vaststelling vinden de verbruikersorganisaties dat het dringend tijd wordt dat er pistes voor oplossingen gevonden worden en dat er aanbevelingen geformuleerd worden om die problemen weg te werken. • Pistes voor oplossingen1. De algemene invoering van de elektronische identiteitskaart kan een instrument zijn om de toegang tot bepaalde aankopen via het internet te beperken voor minderjarigen door opname van het geboortejaar of van de vermelding "meerderjarig" of "minderjarig" op de chip van de Belgische elektronische identiteitskaart. Die piste is evenwel onderhevig aan de ontwikkeling van toepassingen waarmee dit identificatieproces online ingevoerd kan worden. 2. Een gelijkaardig systeem zou voorzien kunnen worden via de elektronische chip die zich op de betaalkaart bevindt. • Aanbevelingen- De dag- of weekgrens voor de geldopvragingen en betalingen via een bankkaart waarvan de houder een minderjarige is, die voorzien worden door de wet van 17/07/02, moeten veralgemeend worden.
- Op elke website moet een waarschuwingsclausule staan die gericht is tot de minderjarigen en die als volgt geformuleerd zou kunnen worden: "Als je jonger dan 18 bent, moet je de duidelijke toelating van één van je ouders of van je voogd hebben om een bestelling te mogen plaatsen."
- De piste van de tussenkomst van een derde vertrouwenspersoon die betrouwbaar, onafhankelijk en onpartijdig is, zou verder uitgediept kunnen worden door een certificatie-instantie of internetprovider machtiging te geven voor het controleren van de toegang tot de websites waar aankopen kunnen worden gedaan via een controle van de leeftijd van de vrager.
- Wat de websites met kansspelen of weddenschappen betreft, moet het gebruik ervan beperkt worden door het opstellen van lijsten of het vooraf registreren van de spelers, waardoor hun identiteit en hun leeftijd gecontroleerd kunnen worden.
- Er moeten informatie-, sensibilisatie- en preventiecampagnes georganiseerd worden met betrekking tot het veilig en verantwoord gebruik van het internet en meer bepaald van de elektronische handel.
|