Om het doelpubliek - kinderen - aan te spreken, schakelt Funnybands ambassadeurs in. De kindambassadeur zal pakketten met gratis stalen, naamkaartjes, zelfklevers ontvangen en heeft als opdracht zijn kameraadjes te verleiden tot het kopen van deze bandjes. De marketing via dergelijke ambassadeurs zorgt voor een sterke identificatiefactor die de koopimpuls bij de andere kinderen fors aanwakkert.
De kinderen worden dus gebruikt voor duidelijke commerciële doeleinden. Er bestaat echter – tot grote spijt van het OIVO – geen enkele reglementering betreffende de marketing bestemd voor kinderen, tenzij voor enkele sectoren naar het voorbeeld van de banksector, waar het verboden is om zich rechtstreeks tot kinderen jonger dan 12 jaar te richten.
Het OIVO had nochtans klacht ingediend over de website waar de polsbandjes voorgesteld worden. Want hoewel elke elektronische handelswebsite een reeks verplichte gegevens moet vermelden, enerzijds over de handelaar en anderzijds over de producten, kon het OIVO niets van die aard op de website vinden. Het enige wat de website wel vermeldde, was een telefoonnummer en een mailadres...
Als gevolg van de OIVO-actie werd Funnybands door de Algemene Directie voor Controle en Bemiddeling van de FOD Economie verplicht om de website in overeenstemming te brengen met de verplichtingen volgens de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken.
Voor wat de gebruikte marketingethiek betreft, dringt het OIVO nog altijd aan op de snelle oprichting van de Federale Reclameraad. Dit onderzoeks-, advies- en controleorgaan op overheidsniveau zou onder andere als taak hebben aanbevelingen te doen om de reclame beter in overeenstemming te brengen met een ethische visie van onze maatschappij.
Doordat er momenteel geen zulk orgaan noch een reglementering betreffende de marketing bestemd voor kinderen bestaat, worden die kinderen de facto levende reclameborden en dat betreurt het OIVO heel erg.