Heel vaak betekent een aanpassing voor de consument een verhoging en maar zelden een verlaging. Rekening houdend met de forse stijging van de olieprijzen gaat het ook hier om een verhoging.
Het is dus niet onwettig om de prijs van een vliegticket te verhogen, zolang dat meer dan 20 dagen vóór het vertrek gebeurt, maar er is wel een probleem met de enorme ondoorzichtigheid van de manier waarop die prijsverhoging berekend wordt. Het is dan wel zo dat de precieze berekeningsformule(s) voor prijsveranderingen verplicht in het contract moeten staan, maar ten eerste zijn ze moeilijk te begrijpen voor de consument en ten tweede past elke maatschappij haar eigen berekeningswijze toe.
Bovendien worden die prijsstijgingen op zeer verschillende manieren op hun respectieve klanten verhaald.
De consumenten staan dus behoorlijk zwak tegen die verhogingen. Ze zullen alle moeite van de wereld hebben om uit te maken of de aangerekende prijsstijgingen terecht en correct of overdreven zijn. Samengevat zal de consument eigenlijk geen andere keus hebben dan er zich bij neer te leggen.
Het OIVO had het probleem al aangekaart en is heel verheugd dat de bevoegde minister nu met die eerdere verzuchtingen rekening houdt in het kader van de debatten die in de Commissie Economie van de Kamer hebben plaatsgevonden.
Het OIVO sluit zich daarom volmondig aan bij het voornemen van de minister om de vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappijen en van de consumenten rond de tafel samen te brengen om een goede transparantie van de prijzen van vliegtickets te kunnen garanderen.
Om te besluiten herinnert het OIVO alle consumenten nog eens aan het feit dat ze, als de toegepaste prijsverhoging meer dan 10% van de prijs bedraagt, het contract mogen verbreken en zonder boete de onmiddellijke terugbetaling van de al betaalde sommen kunnen bekomen.