Begin maart 2011 heeft de gezinskorf een waarde van 594,47 euro (1).
In de voorbije twaalf maanden is de waarde van de gezinskorf met 21,21 euro (+3,39%) gestegen. Vandaag de dag moet een gemiddeld gezin over 2.576 euro per maand beschikken om aan alle uitgaven het hoofd te kunnen bieden. In februari volgde, in het kielzog van de prijsstijging voor de olieproducten, een stijging van de prijs van energie, elektriciteit, gas en stookolie.
De druk op het productenaanbod, die resulteert uit de hoge vlucht van de prijzen van de landbouwgrondstoffen, leidt heel vaak tot een stijging van de prijs voor de (eind)verbruiker, ook al zien de landbouwproducenten daardoor vreemd genoeg niet altijd hun inkomens stijgen. Zo komen de graantelers vandaag de dag nog wel rond, maar hebben de vleesproducenten het knap moeilijk. En hoewel het voor de consument al enkele maanden te verwachten was dat die prijsstijging voor de grondstoffen (energie, granen, oliën, melk enz.) een weerslag zou hebben op de prijzen van de verwerkte producten, zijn er een aantal vastgestelde prijsverhogingen die ons de wenkbrauwen doen fronsen.
Producenten maken misbruik van de stijging van de prijs van de grondstoffen om een substantiële verhoging van hun eindprijs te rechtvaardigen. In feite vermenigvuldigen zij hun inkoopprijs met een coëfficiënt (X3, X10 ...), waardoor de verkoopprijs niet alleen de verhoging van de prijs van de grondstoffen dekt, maar ook een aanvullende marge inhoudt die net altijd terecht is. Enkele voorbeelden: de tarwe vertegenwoordigt maar 8% van de prijs van een brood. de prijs van een vat olie beïnvloedt de prijs aan de pomp maar voor 23%; de brandstof maakt maar 27% uit van de productiekost van de luchtvaartsector.
Wanneer de prijs van de mosselen stijgt in Zeeland, stijgt de prijs in het restaurant. Maar wanneer de prijs in Zeeland daalt, daalt de prijs in het restaurant niet. In feite steekt de tussenpersoon – de restauranthouder in dit geval – de verworven winst gewoon op zak. Zo zal hij bij een latere nieuwe prijsstijging niet snel opnieuw zijn prijs mee moeten verhogen, wat dan de indruk zal wekken dat hij minder duur is. Hetzelfde effect zien we ook voor de frieten die in snacks en frituren verkocht worden.
Over het hele jaar 2010 genomen, bereikte de stijging van de voedingsprijzenindex van de FAO (Food and Agriculture Organisation) een recordpeil van 231, ofwel een verhoging met 25% door de stijging van de koersen van de granen en van suiker. De uitzonderlijke weersomstandigheden in bepaalde delen van de wereld en de behoefte aan biobrandstoffen verklaren voor een deel die evolutie.
FAO-index van de evolutie van de voedingsprijzen
De professionele kopers (tussenhandelaars) proberen reserves aan te leggen, terwijl de producenten hun aanbod terugschroeven in de hoop om later tegen een betere prijs te kunnen verkopen. Volgens Der Spiegel heeft Anthony Ward – de grote baas van Armajaro, een handelshuis voor landbouwproducten gesticht in 1998 en tevens eigenaar van een beleggingsfonds – een indrukwekkende hoeveelheid termijncontracten gekocht. Het gaat in totaal om contracten voor de levering van 241.000 ton cacao, d.i. ongeveer 7% van de jaarlijkse wereldproductie, goed voor een waarde van 1 miljard dollar! Genoeg om een sterke prijsbeweging op de cacaomarkt teweeg te brengen: medio juli kwam die prijs dan ook op zijn hoogste peil in 33 jaar te staan.
De prijsveranderingen kunnen verschillen naar gelang van de sectoren en de producten. Soms spelen daarbij objectieve redenen, die verband houden met het oplopen van de kostprijs van de producten. Maar vaak zijn de markten niet efficiënt omdat niet alle operators over dezelfde informatie beschikken.
De moeilijkheden die zich voordoen, zijn:
Oorzaken van de stijging van de prijs voor bepaalde producten
Soms kunnen producenten de prijsverhogingen niet recupereren onder druk van hun kopers, zoals de markthandelaars of de grootdistributie. De varkenstelers hebben de prijs van hun grondstoffen zien exploderen: +45% op één jaar tijd (januari 2010 – januari 2011). Dat is heel zwaar als je weet dat de voeders 60 à 62% uitmaken van de kostprijs van een varken. Op vandaag haalt een kilogram varkensvlees een verkoopprijs van ongeveer 1 à 1,10 euro voor de teler, maar de kostprijs voor diezelfde teler bedraagt 1,35 euro… De verkoopprijs aan de eindverbruiker is identiek gebleven of zelfs gedaald.
Om te antwoorden op de bezorgdheid van de consumenten is het goed te beschikken over efficiënte mechanismen voor het reguleren van de prijzen. Het OIVO draagt zijn steentje bij aan het debat door enkele noodzakelijke aanpassingen voor te stellen met betrekking tot:
De Gezinskorf - Maart 2011
(1)Raming van de uitgaven die een gemiddeld gezin in de loop van een week moet doen. (2)Merk op dat het mechanisme voor het verhogen van de kerosineprijs zich van weinig transparante formules bedient, waarbij gedacht zou kunnen worden dat er geen enkel verband is tussen de gevraagde prijs en de vastgestelde reële kostprijs. (3)Voor wat de telefonie betreft, blijven de tarieven hoger dan die in de andere Europese landen en volgen de vastgestelde prijsverlagingen de verwachte dalingen niet.