Hoe worden die normen opgesteld, die we overal tegenkomen in ons dagelijks leven, bijvoorbeeld om de exacte afmetingen van een A4-blad op te geven of om te bepalen hoever de rails van een spoorlijn precies uit elkaar moeten liggen ?
Een norm is een refertedocument, ontwikkeld door een erkende en gelegitimeerde organisatie, dat verwijst naar de Internationale Organisatie voor Standaardisatie. Voor België is die organisatie het Nationaal Bureau voor Normalisatie (NBN). Het werd in het leven geroepen in april 2003 en verving het oude Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN).
Het begrip norm wordt gedefinieerd als de weerspiegeling van de regels voor goede praktijken in verband met een product, een dienst of een productieproces. Ter verduidelijking: normalisatie is een vrijwillige activiteit die uitgaat van een consensus en uitgevoerd wordt door de geïnteresseerde partijen en voor henzelf, in een geest van openheid en transparantie. De naleving van de norm gebeurt ook op vrijwillige basis. Het doel bestaat erin om, met de bedrijven of met alle betrokken partijen, regels van knowhow te definiëren om de zekerheid te hebben dat producten bijvoorbeeld veilig, gezond of duurzaam zijn. Op die manier bevordert de normalisatie de kwaliteit van goederen en diensten, de veiligheid en de gezondheid van mensen en dieren. Het is met andere woorden een kwaliteitsverzekering, die helemaal niet misstaat in een tijdperk waar alles heel snel gaat en waar producten een verkorte levensduur hebben.
Een sleutelelement in de definitie van een norm is de consensus. Dit betekent niet dat er eenstemmigheid van de betrokken partijen moet zijn, maar geen enkele partij mag fors gekant zijn tegen een bepaalde norm.
In België werd de normalisatie al vanaf 1945 ingebed in een formeel kader met de oprichting van het Belgisch Instituut voor de Normalisatie, dat duizenden normen gepubliceerd heeft tot in de jaren 1980.
Sinds die jaren 1980 kreeg de Europese normalisatie vanuit de optiek van een verenigd Europa immers de bovenhand en werd het werkterrein van de nationale normalisatieorganisaties almaar meer ingeperkt door de wens van de Europese Commissie om naar gemeenschappelijke normen voor de lidstaten te evolueren. Een andere evolutie heeft te maken met de specialisatie van de normalisatie: meer dan 350 technische comités zijn momenteel aan het werk op het niveau van het ECN, het Europese normalisatieorgaan. Deze comités dekken een brede waaier aan onderwerpen: van koelkasten via de kwaliteit van het water tot de behandeling van marmer. Het NBN van zijn kant erkende in België 24 sectorale operators, die de werken van de normalisatiecommissies in welbepaalde domeinen beheren. Deze operators zijn meestal collectieve onderzoekscentra.
De wet van 3 april 2003 betreffende de normalisatie wilde dus vooral een nieuwe openbare dienst invoeren, die aangepast is aan de toepassing van die nieuwe filosofie en dus aan de decentralisatie van de normalisatiewerken.
Het normalisatiebureau analyseert elk jaar de opportuniteit van de ontwikkeling van normen op basis van twee pertinente vragen: biedt de opmaak van de norm een technisch en economisch voordeel voor de betrokken sector en beschikt het NBN over de gepaste kennis om aan de formulering van die norm bij te dragen (of moet dat werk gedelegeerd worden)?
Alle kwaliteitsnormen die het Belgisch bureau heeft uitgewerkt, beginnen telkens met de letters NBN, gevolgd door cijfers. Vandaag de dag is de overgrote meerderheid van de normen van Europese of internationale (ISO) makelij. Enkel de overige 10% is Belgisch.
De normen zijn dus vrijwillig, maar kunnen dwingend worden als de wetgever ernaar verwijst: dit betekent dat product X conform verklaard zal worden als het aan norm Y voldoet.
Het opmaakproces van een ISO-norm omvat drie hoofdfasen:
- De nood aan een norm wordt doorgaans eerst door een industriesector aangevoeld, die deze behoefte aan een nationaal comité meldt. Dat comité legt het ontwerp voor aan de hele ISO. Nadat de behoefte aan een internationale norm erkend en formeel goedgekeurd werd, bestaat de eerste fase in het bepalen van het technische voorwerp van de toekomstige norm. Die fase wordt afgewerkt binnen werkgroepen die bestaan uit experten afkomstig uit de landen met interesse voor de betrokken norm.
- Wanneer een akkoord bereikt is over de technische punten die de norm moet bepalen, begint een tweede fase waarin de landen onderhandelen over de details van de specificaties die in de norm moeten komen. In deze fase wordt gezocht naar een consensus.
- De laatste fase bestaat uit de formele goedkeuring van het ontwerp van internationale norm (door minstens 75% van de stemmers), waarna de tekst als een internationale ISO-norm gepubliceerd wordt.
De meeste normen moeten periodiek herzien worden, meestal vanwege de technologische vooruitgang en nieuwe vereisten op het gebied van kwaliteit en veiligheid. De ISO hanteert als algemene regel dat alle ISO-normen binnen een termijn van niet langer dan vijf jaar herzien moeten worden.