De kat werd de bel aangebonden door het Corporate Europe Observatory (CEO – Europees bedrijfsobservatorium), dat wees op een belangenconflict binnen de raad van bestuur van de Europese autoriteit belast met de wetenschappelijke adviezen over de GGO's en over de voedselveiligheid (EFSA). Het CEO, een denktank die militant streeft naar transparantie binnen de Europese instellingen, heeft vervolgens een brief geschreven aan Catherine Geslain-Laneelle, directeur van het EFSA, en aan John Dalli, de Europese commissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming. Daarin klaagt het aan dat vier leden van de raad van bestuur van de betreffende autoriteit banden hebben met de landbouwvoedingsmiddelenindustrie, wat in de ogen van het CEO een relatie is die hoogst schadelijk is voor de geloofwaardigheid van de adviezen van dit agentschap van de Europese Unie.
De vier leden van de raad van bestuur die geviseerd worden, zijn de Duitser Matthias Horst, tevens algemeen directeur van de Duitse lobby van de landbouwvoedingsindustrie BVE; de Tsjech Jiri Ruprich, tevens lid van de Danone stichting; de Belg Piet Vanthemsche, ex-directeur van het FAVV (federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) en lid van het COPA, de Europese landbouwerslobby; en de Slowaak Milan Kovac, hoofd van het International Life ScienceInstitute Europe (ILSI), een organisatie die de meeste landbouwscheikundige groepen verenigt die in de GGO-ontwikkeling actief zijn.
"Daar is niets abnormaal aan", werpt de Europese Commissie tegen. 'De aanwezigheid van vertegenwoordigers van de industrie in de raad van bestuur van het EFSA is normaal want dat is voorzien in de statuten. De raad van bestuur moet de hele voedselketen vertegenwoordigen.' Maar het CEO, net als het OIVO, neemt geen genoegen met die uitleg en vindt dat de drukkingsgroepen van de landbouwvoedingsmiddelenindustrie niet mogen zetelen in de raad van bestuur van het EFSA. Om dat te ondersteunen, verwijzen ze naar vorig jaar, toen de voorzitster van de raad van bestuur van het EFSA, de Hongaarse Diana Banati, verplicht werd al haar activiteiten in het ILSI stop te zetten, precies om de kritiek op haar benoeming te doen stoppen. Het OIVO vraagt een Europees debat over het onderwerp.
Als geheugenopfrisser herhalen we nog even dat het EFSA in 2002 opgericht werd en belast werd met het verstrekken van wetenschappelijke adviezen aan de Europese Commissie over alle dossiers die (van ver of van dichtbij) met de voedselketen te maken hebben, waaronder GGO's, een onderwerp dat in Europa zeer gevoelig is. De voorbije maanden ligt het agentschap dus onder vuur. De Groenen in het Europees Parlement bekritiseren ook de infiltratie door de pressiegroepen. In dit stadium spreekt echter nog geen enkele regering van de Europese Unie over de hervorming van de werkmethode en van de samenstelling van het EFSA. Enkel de Franse overheid betreurt dat het agentschap zijn adviezen enkel baseert op studies die de industrie voorstelt, omdat het zelf de middelen niet heeft om onafhankelijke studies te maken.
Gaan de Commissie en de Lidstaten daar eindelijk iets aan doen? Al jarenlang stromen de aanvragen voor het telen van deze of gene GGO binnen bij het Europees agentschap voor de voedselveiligheid (EFSA), dat daarop moet onderzoeken of dat GGO al dan niet een risico inhoudt voor de gezondheid of het milieu. Als het Agentschap, dat in Parma gevestigd is, zijn wetenschappelijk groen licht geeft, moeten de Lidstaten vervolgens de aanvraag van het bedrijf goedkeuren of verwerpen. Die procedure werkt momenteel niet omdat er nooit een meerderheid gevonden kan worden voor, noch tegen, het aanvaarden van een nieuwe GGO-teelt. De lidstaten zijn systematisch verdeeld over de kwestie. Volgens de richtlijn die de Europeanen in 2001 goedkeurden, is het dan aan de Commissie zelf om in laatste instantie de beslissing te nemen. De Commissie heeft in principe niets tegen de GGO's en als het EFSA geen risico ziet in de teelt ervan, geeft de EC altijd haar groen licht.
Omdat ze het beu werden de zondebok te zijn, heeft de Commissie op 1 maart een nieuwe tekst over GGO's voorgesteld: lidstaten moeten altijd toelatingsaanvragen goedkeuren of verwerpen, maar als het GGO eenmaal door het EFSA toegelaten wordt in de Unie, komt de Commissie niet meer tussen. Een lidstaat zou dan nog kunnen zeggen dat het het product niet wil, maar moet die weigering dan wel motiveren. De Commissie heeft trouwens een lijst met mogelijke redenen opgesteld: we vinden er losse argumenten van religieuze, ethische, filosofische en andere aard op terug. Op die manier zou het GGO dus niet op het hele Europese grondgebied verboden worden...
Er waren al onmiddellijk enkele Europese milieuministers die hun scepticisme over die lijst niet onder stoelen of banken staken en die zich afvroegen hoe de verwerping van transgene teelten bepleit kan worden op grond van redenen van openbare orde of van publieke moraal? 'Zou dat bovendien geen rechtvaardiging inhouden voor gewelddadige acties tegen de GGO's?', drong Frankrijk aan.
Andere ministers eisen nog altijd een verbetering van de ernst van de expertises van het EFSA, die van wetenschappelijk povere kwaliteit gevonden worden. Dat debat stond al op de agenda einde 2010, maar zonder succes.
Vandaag de dag worden in de EU slechts twee GGO's geteeld: maïs 810 en de Amflora aardappel van de Duitse firma BASF. Deze teelten beslaan iets meer dan 100 000 hectare. Vijftien andere genetisch gemodificeerde planten, voor het grootste deel zaaigoed van maïs, wachten momenteel op een teelvergunning.
Verder lezen: Europese nultolerantie op GGO's wordt mogelijk opgeheven