De mislukking van deze ultieme verzoeningsvergadering tussen de twee Europese instanties, die de avond voordien van start ging, is hoofdzakelijk te wijten aan de verdeelde meningen over de etikettering van deze producten.
Om het verloop van zaken even opnieuw te schetsen, herhalen we dat het Europees Parlement al sinds enkele maanden het klonen van dieren voor voedingsdoeleinden wil verbieden. Dit uit ethische overwegingen, maar ook omdat de Europese publieke opinie het klonen massaal afwijst. In een moeite door wilde het Parlement ook verbieden dat producten die afkomstig zijn van gekloonde dieren (vlees, melk, enzoverder) op de markt worden gebracht.
Uiteindelijk hebben de Europarlementsleden, bij wijze van compromis, voorgesteld dat voeding die afkomstig is van gekloonde dieren verplicht geëtiketteerd moet worden, in plaats van het eenvoudigweg te verbieden. Op die manier', zo klonk de uitleg, zouden de consumenten de keuze krijgen of ze wel of niet gekloonde voedingsproducten op hun bord willen'. De traceerbaarheid zou zo ook verzekerd worden.
Tijdens de laatste besprekingen in de Europese raad van ministers, werd echter bepaald dat enkel rundsvlees afkomstig van de eerste nakomelingen van gekloonde dieren specifiek moet geëtiketteerd worden. Dat terwijl het Parlement ijverde voor een etikettering voor alle gekloonde dieren en voor alle daarvan afgeleide producten (melk, gelatine enzoverder).
Het Hongaarse voorzitterschap van de Europese Unie verdedigde daarop haar positie door te stellen dat het gaat om een niet-uitvoerbaar voorstel, omdat dit in de praktijk zou betekenen dat er voor elk plakje kaas of salami een stamboom opgemaakt wordt.... Volgens de Europese ministers zou de eis van het Parlement bovendien zware meerkosten veroorzaken voor de kwekers en de industrie en dreigt het te leiden tot vervolgingen door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) of zelfs een handelsoorlog met de Verenigde Staten en Argentinië, die wel al aan klonen voor voedingsdoeleinden doen.
We mogen verwachten dat deze onenigheid tussen het Europese Parlement en de Europese ministerraad bredere politieke gevolgen zal hebben. Het debat werd immers gevoerd in het kader van een nieuw voorstel over novel food ('nieuwe voedingsproducten'), in 2008 ingediend door de Europese Commissie met de bedoeling de huidige wetgeving, die nog uit 1997 stamt, te actualiseren. Naast het klonen voor voedingsdoeleinden heeft de nieuwe tekst het ook over de regulering van het gebruik van nanotechnologie in voeding. Ook die blijft nu dus zonder specifiek wettelijk kader.
John Dalli, de Europese commissaris voor Consumentenbescherming, zegt te betreuren dat het overleg mislukt is. De overgebleven keuzemogelijkheden zijn beperkt. Ofwel wordt definitief afgestapt van de plannen om deze kwestie wettelijk te kaderen, ofwel wordt een nieuw wetsvoorstel ingediend, dat dan opnieuw het hele Europese legislatieve parcours zal moeten doorworstelen.
We herinneren eraan dat het klonen van dieren voor voedingsdoeleinden (in 1997 gestart met het schaap Dolly) vandaag de dag enkel in de Verenigde Staten en Argentinië op commerciële schaal wordt toegepast. In andere landen, inclusief in Europa, wordt aan de techniek uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gewijd. Volgens het EFSA, het Europees agentschap voor de voedselveiligheid, houdt klonen geen enkel gevaar in voor de gezondheid van de consumenten, maar veroorzaakt het wel nogal wat leed bij de dieren in kwestie. De klonen hebben immers te lijden van grote sterfte wegens misvormingen, ademhalingsproblemen en overgewicht.
Het BEUC, het Europees bureau van de consumentenverenigingen, wees van zijn kant op de vele studies die aantonen dat de Europese consumenten het klonen voor voedingsdoeleinden totaal verwerpen. 'Op de consumenten maakt het een slechte indruk als zij zien dat de Europese beleidvoerders niet tot een akkoord kunnen komen over regels ter bescherming van hun gezondheid.'
Het BEUC gaat nog verder: volgens hen moet er op zijn minst respect getoond worden voor twee zaken die voor de consumenten elementair zijn, met name enerzijds de traceerbaarheid en anderzijds de etikettering van voeding afkomstig van de nakomelingen van gekloonde dieren en van het materiaal dat gebruikt wordt voor de voortplanting en het klonen van de dieren. 'De consumenten moeten kunnen weten welk vlees ze eten en welke melk ze drinken. Ze moeten zelf kunnen kiezen. We zijn verbijsterd te zien dat dit recht voor sommige lidstaten blijkbaar niet vanzelfsprekend is', besluit Monique Goyens, Algemeen Directeur van het BEUC, die daar verder nog aan toevoegt dat voeding afkomstig van gekloonde dieren geen enkel gunstig effect voor de consumenten levert. De belangen van de consument wegen hier duidelijk niet op tegen die van de internationale handel....
Tot er in de toekomst een eventuele wetgeving komt, zijn gekloonde voedingsproducten op ons bord dus niet verboden. Marc Tarabella, Europarlementslid belast met de bescherming van de consumenten, wijst er echter op dat er elk jaar tussen 300.000 en 500.000 ton voor consumptie bestemd rundvlees ingevoerd wordt. Het grootste deel van dat vlees is afkomstig uit de Verenigde Staten en Argentinië, 'landen die het klonen voor handelsdoeleinden wel toegelaten hebben, maar waar helemaal geen traceersysteem bestaat!'. Volgens hem was de voornaamste zorg van de Raad niet de eis van de Europese consumenten, maar de vrees Amerika kwaad te maken.