Die is met 14,3% afgenomen tussen 2007 en 2008, maar vervolgens met 1,8% toegenomen tussen 2008 en 2009. De afname die tussen 2007 en 2009 vastgesteld werd, wordt door het rapport volledig toegeschreven aan het verminderde gebruik van antibiotica. 'Maar ondanks die terugloop schatten wij dat het gebruik van antibiotica toch nog omvangrijk blijft', stelt professor Jeroen Dewulf van de Universiteit van Gent (UG). Voor 2007 komt België op de derde plaats in de lijst van de 11 Europese landen die hun cijfers meegedeeld hebben.
De categorieën van antibiotica die in die drie jaren het meest gebruikt werden, zijn sulfonamiden en trimethoprime (gemiddeld 100,6 ton), tetracyclinen (83,7 ton) en penicillines (69,0 ton).
Kortom, de resultaten wijzen op een veelvuldig gebruik van antibiotica in de diergeneeskunde en dierenteelt in België, ook al zien we een afname van de consumptie tussen 2007 en 2009. Het rapport wijst in feite op de noodzaak van een continue grootschalige inspanning om de consumptie van antibiotica bij dieren tot een redelijk niveau terug te brengen.
Volgens het Kenniscentrum AMCRA (AntiMicrobial Consumption & Restistance in Animals) heeft een dergelijke afname belangrijke gevolgen voor de volksgezondheid vandaag en in de toekomst.
Zo behandelen de veetelers hun runderen bijvoorbeeld tegen wormen en parasieten, maar de consumenten willen – zeer terecht – geen van die stoffen op hun bord terugvinden. Elk jaar produceren de telers meer dan 8 miljoen ton rundvlees. Het FAVV controleert steekproefgewijs of dat vlees geen verboden producten bevat en of de plafondwaarden voor residu's, die bij wet zijn vastgelegd voor andere stoffen, niet overschreden worden. In 2008 werden problemen met zulke overschrijdingen vooral vastgesteld voor antibiotica (antibiotica, schimmeldodende middelen, parasietdodende middelen enzovoort) en voor steroïden (hormonen). Verboden producten werden in een aantal stalen ontdekt, evenals een percentage residu's van parasietdodende middelen.
Voor gevogelte hetzelfde: om tegemoet te komen aan de vraag naar goedkoop gevogelte, worden de kippen grootgebracht in intensieve kweekbedrijven en krijgen ze preventief antibiotica toegediend om de infectieziekten te vermijden. Gevolg: ze worden drager van een bacteriestam die resistent is voor alle antibiotica. Vooral die resistentie kan zich volgens de deskundigen op de mens overzetten. En als ze eenmaal in het menselijk lichaam zitten, kunnen de resistente bacteriën hun weerstand overdragen op typisch 'menselijke' bacteriën. Daarom pleit de faculteit diergeneeskunde van de UG voor een matiging van het gebruik van antibiotica bij de kweekdieren.
Meer dan 58% van de braadkippen zijn resistent voor minstens vier soorten antibiotica, zo werd vastgesteld door een doctoraatsthesis in de diergeneeskunde die in januari 2011 aan de UG werd voorgesteld en geschreven was op basis van de evolutie van het gevogelte waar antibiotica werden aan toegediend in 24 kwekerijen (op een totaal van 32!). Uit dat proefschrift kwam naar voren dat 'verschillende soorten antibiotica geen effect hebben op de E-colibacterie bij meer dan de helft van de onderzochte kippen'.
We laten wel opmerken dat er strenge controles uitgevoerd worden bij het slachten van het gevogelte: zo moet er een termijn in acht genomen worden tussen de inname van de antibiotica en de slacht om er zeker van te zijn dat het vlees geen residu's meer bevat. Wat betreft de bacteriën die een resistentie ontwikkelen, merken we op dat ze gevoelig zijn voor opwarming: goed gebraden vlees houdt dus a priori geen enkel risico in. Anderzijds kan rauw vlees van gevogelte rauwe groenten gaan besmetten via de handen of via bestek. Een voorbeeld: als rauwe kip versneden wordt op een snijplank en daarna op diezelfde plank groenten versneden worden…