Meerdere grote verkoopketens hebben voorsprong genomen op de regelgeving en bieden hun klanten al een tijd enkel nog spaarlampen aan, ongeacht het vermogen dat de klant wenst. Bij Brico bijvoorbeeld, ongetwijfeld een van de grootste lampenverkopers in België, vertegenwoordigden spaarlampen in 2010 al meer dan de helft van de verkochte lampen. Halogeenlampen kwamen uit op 30%. In datzelfde jaar klommen leds, gemaakt om minstens vijftien jaar mee te gaan, tot 13% van de verkoop. Dit ondanks de vrij hoge prijs, die kan oplopen tot zo'n 40 euro voor een krachtige lamp.
Kortom, dit najaar en in 2012 zullen de Europese consumenten enkel nog de keuze hebben tussen spaarlampen, leds en halogeenlampen.
Eind 2009 gaf de Europese Unie zich drie jaar de tijd om alle oude gloeilampen van de markt te verbannen, ten voordele van verlichting van de nieuwe generatie met een hoog energierendement. Deze maatregel kadert in de inspanningen voor energiebesparing en de bestrijding van de opwarming van het klimaat. Eerst werden de doorzichtige gloeilampen van lage intensiteit uit de rekken gebannen, nu zullen ook matte en halogeenlampen van lage capaciteit geleidelijk van de markt verdwijnen.
De Europese Unie schat dat met deze maatregelen jaarlijks het equivalent van het verbruik van 11 miljoen Europese gezinnen bespaard zal kunnen worden. Dat zou de CO2-uitstoot met zo'n 15 miljoen ton per jaar verminderen.
De klassieke gloeilamp, die 130 jaar geleden uitgevonden werd, zet maar 5 tot 10% van de energie die ze verbruikt om in licht, terwijl de rest in de vorm van warmte verloren gaat. Ze verbruiken veel meer energie dan nieuwe varianten zoals spaarlampen (die traag oplichten maar een levensduur bieden die soms tot 8.000 uren kan oplopen), halogeenlampen met laag verbruik of light emitting diodes (leds).
Spaarlampen zijn momenteel de meest efficiënte op de Europese markt, met 65 tot 80% minder energieverbruik dan gloeilampen. Veel consumenten zijn echter niet happig om ze aan te kopen, in de eerste plaats wegens hun hoge(re) kostprijs en verder wegens de risico's voor de gezondheid en esthetische overwegingen. Het klopt dat spaarlampen duurder zijn bij aankoop, maar op lange termijn blijken ze goedkoper uit te vallen omdat ze naast een lager energieverbruik ook nog eens een veel langere levensduur hebben. De Europese Commissie heeft berekend dat een gezin minstens 50 euro per jaar op de elektriciteitsfactuur kan besparen door spaarlampen te gebruiken.
Wat de gezondheidsrisico's betreft, mag niet uit het oog verloren worden dat een gebroken spaarlamp als gevaarlijk scheikundig afval beschouwd wordt. Ze mag dus niet met het gewone (rest)afval weggegooid worden. Gloeilampen bevatten immers kwik, een giftige stof. Het is trouwens ook daarom dat wanneer je een spaarlamp per ongeluk breekt of laat vallen, er zoveel kwik vrijkomt dat je er best aan doet de kamer onmiddellijk goed te verluchten om de stof weg te werken. Gebruik zeker geen stofzuiger om de brokstukken op te ruimen. Er zou zo kwikpoeder in de lucht kunnen terecht komen, die mogelijk wordt ingeademd.
Het OIVO wijst erop dat er efficiënte spaarlampen bestaan die minder dan de helft van de toegelaten hoeveelheid kwik bevatten. Het pleit voor een Europese wetgeving die strenge normen betreffende de toegelaten hoeveelheid kwik vastlegt. Voor de consumenten die lampen gaan kopen, is het ook goed om te weten dat leds en halogeenlampen helemaal geen kwik bevatten.
Samenvattend: tegen 2020 komt er een omwenteling in de verlichtingssector. Leds worden als eerste genoemd om een opvallende intrede in ons dagelijks leven te maken. In Europa zijn leds vandaag al het best ingeburgerd in Nederland. Daar werken 7 op de 10 lichtpunten al met leds. Tilburg, met zijn 200.000 inwoners, heeft voor haar grondgebied alleen bijvoorbeeld een miljoen euro geïnvesteerd in de aankoop van 2.400 leds, goed voor een daling van de energiefactuur met 26%, hetzij 22.000 euro per jaar. En, niet te vergeten, een vermindering van de CO2-uitstoot met 56.000 kg per jaar.
Fabrikanten en verkopers van leds kunnen zich vrolijk in de handen wrijven sinds het verbod op gloeilampen een feit werd. Er wordt geschat dat de globale markt voor verlichtingsproducten in 2015 een omzet van 80 miljard euro zou halen (tegenover 15 miljard in 2010) dankzij de vervanging van de gloeilampen. Tegen 2020 zouden globaal ongeveer 75% van de lampen leds worden, tegenover slechts 7% vandaag.