Definitie
Om de veiligheid van nanomaterialen te garanderen is het nodig dat verouderde wetgeving wordt aangepast. Een belangrijke stap daartoe is de introductie van een definitie, zodat we exact weten welke stoffen we bedoelen wanneer ergens in een wetgevende tekst de term 'nanomateriaal' wordt gebruikt.
In de onlangs door de Commissie gepubliceerde definitie voor nanomaterialen staat dat een materiaal een nanomateriaal genoemd mag worden wanneer meer dan 50% van de deeltjes in het materiaal, een of meerdere dimensies heeft in het bereik van 1-100 nanometer. Daarbij, indien er zorgen zijn voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid dan mag de drempel van 50% vervangen worden door een drempel ergens tussen de 1 en 50%.
Compromis
Consumentenorganisaties hebben geargumenteerd dat materialen met meer dan 1% nanodeeltjes als nanomaterialen gedefinieerd moeten worden. De industriële sector geeft dan weer de voorkeur aan een grenswaarde die gebaseerd is op massa en niet op aantallen deeltjes. Het huidige voorstel zou je dan ook met recht een compromis mogen noemen waarbij opgetekend moet worden dat er in de definitie enige flexibiliteit is ingebouwd om te zorgen dat 'nanomaterialen' die mogelijk risicovol zijn en buiten de definitie dreigen te vallen, alsnog als nanomateriaal aangemerkt kunnen worden.
De omgekeerde wereld
Een jaar na het eerste voorstel van de Commissie waarin werd gesteld dat de definitie voor nanomaterialen op de beschikbare wetenschappelijke kennis gebaseerd moet zijn, heeft de Commissie ondervonden dat die wetenschappelijke basis ontbreekt.
Vooralsnog bestaat er (bijvoorbeeld) geen wetenschappelijke reden om te spreken over nanomaterialen in de orde van 1-100 nanometer in plaats van 1-90 of 1-110 nanometer. Het is dan ook niet vreemd dat de coördinator van het nanoteam van de Commissie eerder dit jaar nog heeft gesteld dat de definitie een beleidsbeslissing zou worden.
Het ontbreken van een wetenschappelijke consensus betekent niet dat het onmogelijk is om een bruikbare definitie op te stellen. Toch maakt de Commissie een cruciale fout wanneer het voorstelt dat er eerst 'zorgen' zouden moeten bestaan over een materiaal met minder dan 50% deeltjes tussen de 1 en 100 nanometer, voordat het als een nanomateriaal mag worden aangemerkt. De definitie beoogt juist nanomaterialen te benoemen zodat deze uit voorzorg aan de juiste testen worden onderworpen voordat ze op de markt mogen verschijnen. Door te stellen dat er eerst 'zorgen' moeten bestaan voordat iets als een nanomateriaal wordt aangemerkt, verdwijnt juist het principe van voorzorg en ontstaat het gevaar dat risicovolle nanomaterialen gemakkelijk toegang krijgen tot de Europese markt.
Case-by-case
De EC stelt dat nanomaterialen niet inherent gevaarlijk zijn en individueel moeten worden bekeken om de risico's ervan in te schatten. Als de Commissie dit serieus meent dan zal de eerdergenoemde grens van 50% nanodeeltjes aanzienlijk moeten worden verlaagd om te zorgen dat materialen met nano-achtige eigenschappen eerst goed worden getest voordat ze op de markt verschijnen en niet pas wanneer is vastgesteld dat daardoor al een milieu- of een gezondheidsprobleem bestaat.