De actie "Caddy minimum garanti" ("gewaarborgde minimumcaddy") van de vereniging Présence et Action Culturelles (PAC), een beweging van permanente en populaire opvoeding, heeft een oude eis van het OIVO opnieuw op het voorplan gebracht. Het OIVO roept namelijk al langer om een onafhankelijke controle van de prijzen!
Een onafhankelijke controle van de prijzen houdt in dat toch minstens de prijs van de basisvoedingsproducten door de staat gecontroleerd zou worden. Dat was tot voor enkele jaren nog het geval voor brood, maar sinds de vrijmaking van de markt is de prijs van dit basisproduct als een raket omhoog geschoten! Het zijn vooral de minst gegoeden die er niet langer in slagen hun koopkracht op peil te houden.
PAC heeft de consument onlangs opnieuw bewust gemaakt van de stijging van de voedingsprijzen, een stijging die "van aard is om het recht van toegang tot basisvoedingsmiddelen in gevaar te brengen".
De militanten, die gedurende een week aan de ingang van grote supermarkten over het hele land post hebben gevat, hebben onder andere een kopie uitgedeeld van een kasticket met daarop de prijs van de basisvoedingsproducten voor ongeveer twee maaltijden. "Het doel van het ticket bestaat erin een idee te geven van de prijzen van de basisvoedingsmiddelen in de grootdistributie, en die te vergelijken met het leefloon van ongeveer 770 euro en de armoedegrens, dat is vastgelegd op ongeveer 970 euro", legt Anne-Lise Cydzik, de verantwoordelijke voor de campagnes van de PAC, uit. "Wij vragen dat de prijzen van basisvoeding door de staat gecontroleerd zouden worden, zoals dat tot voor kort het geval was voor de broodprijs. Ons doel is te doen inzien dat een ander systeem mogelijk is", benadrukt Anne-Lise Cydzik.
Volgens het OIVO, dat ook pleit voor de dringende invoering van een onafhankelijke prijzencontrole, is het pure dromerij te zeggen dat de consument vandaag de dag de prijzen bepaalt. Dat zegt Marc Vandercammen, algemeen directeur van het OIVO. "Maar wat toch wel gek is in onze maatschappij, is dat de markt, in plaats van kwaliteitsproducten te ontwikkelen, net minder dure producten ontwikkelt om zo een groter aantal consumenten te kunnen bereiken. De markt richt zich op een prijzensysteem waar de consument ertoe geleid wordt te kijken naar de prijzen en daardoor enkel in staat wordt gesteld om te kopen omdat de prijs laag is...".
Samengevat: het systeem zou van die aard zijn dat men de consument zo laag mogelijke prijzen onder de neus duwt om een impulsieve aankoop uit te lokken. Een aankoop waar de consument eigenlijk niet echt behoefte aan had. Zo wordt de behoefte om te kopen op de spits gedreven. "De prijzen blijven geregeld stijgen", gaat Marc Vandercammen verder. "En ze stijgen niet noodzakelijk even snel als het inkomen: in het begin van vorige eeuw moesten mensen één dag werken om een brood te kunnen kopen. Vandaag kan men meerdere broden kopen met één werkuur. De vraag die men zich moet stellen, is welke keuzes men moet maken."
We leven immers in een maatschappij waar de behoeften duidelijk talrijker zijn dan in de vorige eeuw. Vandaag de dag moet een gezin een flatscreen televisietoestel hebben, ganzenlever eten met Kerstmis, een reis naar de zon maken in de zomer of op skivakantie gaan in de winter. "Dit behoeftenpeil kost geld en als mensen niet genoeg inkomens hebben, weten ze niet hoe daaraan te voldoen terwijl men aan een gemiddeld loon voldoende heeft om in de basis voedingsmiddelen te voorzien."
Ten slotte zou het ook goed zijn, om naar een beter evenwicht in de distributie te evolueren. Zo zou het beter zijn een systeem uit te werken dat de winsten beperkt of eerlijker verdeelt. Indien de winst dan ruim boven een vastgelegde norm uitkomt moet een dergelijke taksering de andere partners in de keten in staat stellen een eerlijk deel van deze winst op te strijken. Denken we bijvoorbeeld aan de melkboer die een erbarmelijke prijs krijgt per liter verkochte melk.
De verantwoordelijken van het Prijzenobservatorium geven het ook toe: we leven in een open markt waar, wanneer de grondstoffenprijs stijgt, alles de hoogte in gaat. Anderzijds, wanneer het tegenovergestelde effect zich voordoet en de basisprijzen dalen, zien we echter geen of een veel tragere reactie van de markt. En het is precies hier dat de consument met zijn hele gewicht kan gaan wegen: als hij het te duur geworden product niet meer koopt, zal de producent de prijs terugschroeven. De consument is echter te honkvast en meent vaak dat producten onontbeerlijk zijn en zal dan ook niet snel zijn gedrag veranderen.
"De getransformeerde voedingsproducten tellen voor 13% in de voedingskorf", merkt het Prijzenobservatorium op.
"Sinds 2005 zijn die prijzen met ongeveer 13% gestegen in België, terwijl de gemiddelde prijsstijging in de ons omringende landen 8% bedroeg." Zou de Belgische consument dan minder reactief zijn dan die in de andere landen?
Zou de situatie veranderen als de staat de prijzen van de basisvoedingsproducten, zoals brood, groenten en eieren zou controleren?