Het voorstel van de Europese Commissie om een nieuw, optioneel Europees verbintenissenrecht komt er nadat de Commissie had vastgesteld dat consumenten nog te weinig over de grens gaan(e-) shoppen. De reden hiervoor zou het grote verschil zijn tussen de nationale contractenwetgevingen. Om hieraan tegemoet te komen dus een nieuw, optioneel, achtentwintigste contractenrecht.
Echter, de Commissie negeert haar eigen onderzoeken, die eerder uitwezen dat de echte reden waarom consumenten niet over de grens trekken voor hun (internet)boodschappen elders liggen. Zo worden angst voor fraude, niet weten wat te doen indien er problemen zouden opduiken en bezorgdheid over de levering als drempels aangeduid. Meer dan drie kwart van de verkopers stelt daarenboven dat een geharmoniseerd contractenrecht weinig tot geen verschil zou uitmaken voor hun verkoopcijfers.
Net nu onlangs de consumentenrichtlijn werd goedgekeurd, die algemeen positief onthaald werd, wil de Commissie een optioneel contractenrecht invoeren. Dit kan enkel voor verwarring zorgen. In de eerste plaats omdat indien het dit contractenrecht voor bepaalde criteria strikter is dan het nationale, het nooit zal worden gebruikt door de bedrijven. Ten tweede, indien de bescherming in het optionele contractenrecht lager is dan de bescherming die geboden wordt in het nationale recht, het net wel en net veel meer zal gebruikt worden door handig laverende bedrijven. Hierdoor wordt een 'race to the bottom' ingezet die de verworven consumentenrechten enkel zal ondermijnen. Hoewel van iedereen in principe verwacht wordt dat hij de wet kent, kan men van de consument onder geen enkel beding verwachten dat hij grote dynamische zwermen aan wetgeving beheerst.
De voorstellen van de Commissie steunen op een interessante analyse maar dienen op een betere manier geoperationaliseerd te worden. Dwingende regels voor (het downloaden van) digitale producten en bij uitbreiding de hele digitale markt zijn in een snel veranderende wereld essentieel. Zij horen thuis, niet in een optioneel te gebruiken instrument maar dienen in echte wetgeving te worden gegoten. Het OIVO pleit ervoor dat deze regels in gebruik genomen worden en herhaalt dat de opstelling van een 28ste contractenrecht de consumenten niet ten goede komt, maar hen in tegenstelling enkel zal verwarren. Het veroorzaakt het perverse effect, dat de consumenten hun eerder verworven rechten zien verdwijnen als sneeuw voor de zon.