Het zakgeld van jongeren evolueert. Uit studies van het OIVO blijkt dat tussen 2003 en 2006 meer jongeren zakgeld hebben gekregen, maar dat de bedragen soms lager zijn. Die variëren uiteraard volgens leeftijdsgroep tussen 9€ en 68€/maand. In een wereld die meer en meer op commercie is gericht, moet zakgeld een middel blijven om jongeren met een budget te leren omgaan. Dat wil het OIVO aan zowel de ouders, de opvoeders als de overheid duidelijk maken.
Cijfers en vaststellingen die voortvloeien uit het onderzoek
Meer en meer jongeren tussen 9 en 18 jaar krijgen zakgeld (58% in 2003, 77% in 2006). Het percentage stijgt, net als de bedragen, met de leeftijd. In vergelijking met 2003 zijn er vooral meer 9- en 10-jarigen die zakgeld krijgen. Vanaf de leeftijd van 15 jaar lijkt die tendens zich te keren, maar de bedragen worden dan wel hoger.
Alle leeftijden in beschouwing genomen, is het gemiddelde bedrag 36€/maand. In vergelijking met 2003 zien we minder significante verschillen tussen de bedragen voor jongens en meisjes. Jonge Brusselaars krijgen gemiddeld meer zakgeld (52€) dan Walen (38€) en Vlamingen (31€). In eenoudergezinnen worden hogere bedragen gegeven, vooral als het gaat om vaders die hun kinderen alleen grootbrengen (48€). In tweeoudergezinnen (32€) of als het kind afwisselend bij moeder en vader verblijft (27€), zijn de bedragen lager.
Zakgeld: van koopkracht...
Vandaag de dag zijn kinderen niet alleen onrechtstreeks betrokken bij wat het gezin koopt, ze doen ook zelf ettelijke aankopen. Waarom zit de formule 'zakgeld geven' nu precies in de lift? Ten eerste zijn er zijn meer gezinnen met weinig kinderen, veelal hebben beide ouders een inkomen, ouders beginnen op steeds latere leeftijd aan kinderen, ... . Bovendien voelen sommigen zich schuldig omdat ze weinig tijd met hun kind doorbrengen. Anderen vinden zakgeld dan weer een educatief middel om de zelfstandigheid van de jongeren te verhogen.
...tot leermiddel
Zakgeld is inderdaad een middel om geld te leren beheren, zo wordt het ook door kinderen en tieners ervaren. Ze sparen, eventueel via de bank, om dure aankopen te doen. Weinig jongeren maken er gebruik van om onmiddellijke of noodzakelijke aankopen te doen. Het gaat vooral om plezieraankopen: kleren, videospelletjes, cd's, dvd's, gsm-kaarten, snoep, sigaretten, drank, etc.
Gezien de commerciële druk, moet de pedagogische functie van zakgeld in eer worden hersteld.
Kinderen die regelmatig zakgeld krijgen, doen een brede waaier aan ervaringen op met geld en leren het ook beter te gebruiken. Zelfs als het om kleine bedragen gaat - volgens eenieders mogelijkheden - leren kinderen, die op regelmatige basis zakgeld krijgen, beter omgaan met een budget. Op die manier worden ze ook 'wakkere consumenten'.
Die educatieve waarde wordt uitgebuit door commerciële ondernemingen, met het risico dat de merken een dergelijk leerproces in hun voordeel uitspelen. De tips die ze aan jongeren geven, zijn bijgevolg niet altijd opportuun. Het OIVO stelt dat probleem regelmatig aan de kaak en stelt vast dat er initiatieven van zelfregulering worden genomen, vooral door de banksector. Maar wat betreft ethiek en sociale verantwoordelijkheid van de (financiële) ondernemingen in hun relatie met jongeren, moeten nog inspanningen worden gedaan. De marketingcode van banken ten opzichte van jongeren moet herzien en verder uitgewerkt worden.
Het is aan de ouders en opvoeders om jongeren aan te zetten met geld te leren omgaan. Een eerste stap kan worden gezet op het einde van het basisonderwijs, als de kinderen 11 à 12 jaar zijn: analyse van de uitgaven van de kinderen, verhouding tussen uitgaven en inkomsten, sparen, bankrekening, ...
Een tweede benadering is mogelijk in het tweede middelbaar, op basis van nieuwe ervaringen met banken en informatica. Bij de 14- à 15-jarigen komt het erop neer dieper in te gaan op betaalmiddelen op afstand, elektronische handel én op de rechten en plichten van de jonge consument. Uiteraard gaan we bij deze leeftijdsgroep ook vragen over studentenjobs niet uit de weg.
De volledige studie
Contactpersonen in het OIVO:
Algemene directie: Marc Vandercammen, 02/547.06.51
Persdienst: Bram De Saedeleer, 02/547.06.05
E-mail: press@oivo.be
OIVO, Paapsemlaan 20 - 1070 Brussel