1. Verbod op verkoop van tabak aan minderjarigen: peiling onder de Belgen
2. De mening van de rokers over de impact van foto's op de verpakking van sigaretten
3. Aantal rokers stabiel: de tabaksconsumptie gaat licht achteruit
4. Het verschil in tabaksconsumptie tussen mannen en vrouwen wordt kleiner
5. Jongeren roken op alsmaar jongere leeftijd
6. De niet-rokers winnen terrein!
7. De verkoop van sigaretten stagneert, de fiscale inkomsten stijgen
8. Een federaal plan voor de strijd tegen het rookgedrag
1. Begin januari 2004 peilde de jaarlijkse OIVO-enquête over het rookgedrag in België naar de meningen over een eventueel verbod op de verkoop van tabak aan minderjarigen. Meer dan de helft van de ondervraagden vinden dat deze maatregel zeer goed (51,6%) of eerder goed (20,6%) zou zijn. Slechts 4,3% zijn de tegengestelde mening toegedaan en 16,5% hebben geen mening. Deze resultaten kennen geen uitgesproken verschillen volgens leeftijd, geslacht of taalgroep. Maar het studieniveau heeft invloed op de mening over de vraag of dit verbod een goede zaak zou zijn.
2. Volgens diezelfde enquête verklaren 12,8% van de ondervraagde rokers dat ze zouden stoppen met roken als er alarmerende foto's op de verpakking van sigaretten zouden worden afgebeeld. 23,2% zeggen dat ze minder zouden roken en 63,7% beweren dat ze zich niet door dergelijke waarschuwingen zullen laten beïnvloeden. Er zijn meer vrouwen dan mannen die verklaren dat zulke foto's hen zouden aanzetten tot stoppen met roken. De invloed wordt ook bepaald door de leeftijd en het studieniveau.
3. In 2004 waren er onder de Belgische bevolking 27% rokers. Van de 1.022 personen die begin 2004 ondervraagd werden, verklaarden 27,4% dat ze elke dag roken. In 2002 bedroeg dat percentage nog 29% en in 2001 bedroeg het 28%. Deze lichte afname wijst op een relatief stabiel aantal dagelijkse rokers. Daarnaast verklaarden 5,8% dat ze af en toe roken en 66,7% dat ze nooit roken. De verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië, die van jaar tot jaar variëren, zijn vandaag de dag niet langer een feit (het percentage bedraagt overal 27%). Er worden wel nog altijd grote verschillen vastgesteld van provincie tot provincie.
4. Het verschil in rookgedrag tussen de geslachten wordt kleiner, ook al zijn er nog altijd meer mannen dan vrouwen die tabak consumeren: in 1980 lag de verhouding op bijna 2 mannen tegenover 1 vrouw. Die verhouding is geleidelijk aan meer in evenwicht gekomen en het verschil bedroeg nog 5% meer mannen dan vrouwen in 2004. Het totaal percentage van 27% Belgische rokers is effectief het gemiddelde van 30% mannelijke rokers en 25% vrouwelijke rokers in België.
5. De eerste sigaret wordt geproefd op alsmaar jongere leeftijd: volgens de jongeren die het OIVO in 2003 interviewde, wordt de eerste sigaret door 1 op de 10 jongeren uitgeprobeerd op 11- à 12-jarige leeftijd, door 1 op de 4 jongeren op de leeftijd van 15-16 jaar en door 1 op de 3 jongeren op de leeftijd van 17-18 jaar. Die eerste ervaring komt er doorgaans op aanmoediging van familieleden of vrienden. De leefomgeving heeft dus heel veel invloed: vooral de houding van de ouders is belangrijk als ontmoedigende of aanmoedigende factor. Meer dan 7 op de 10 jongeren verklaren dat er in hun school gerookt wordt, waar dit nochtans verboden is.
6. De niet-rokers winnen terrein! Het aantal plaatsen waar roken verboden is, neemt stilaan toe. Sinds 1 januari 2004 geldt er bij de NMBS bijvoorbeeld een totaal rookverbod op haar hele net, inclusief in de treinen en in de stations.
7. De verkoop van sigaretten stagneert, de fiscale inkomsten stijgen: parallel met de lichte afname van het percentage rokers onder de bevolking is de verkoop van tabak in België in 2003 licht achteruitgegaan. Dat gold zowel voor het totaal aantal verkochte sigaretten (14,287 miljard eenheden in 2003 - 14,314 miljard eenheden in 2002) als voor sigaren en roltabak. De fiscale inkomsten op tabak zijn dan weer gestegen van 1.785 miljoen euro in 2002 naar 2.164 miljoen euro in 2003. Een deel van die inkomsten zou toch minstens moeten worden gebruikt voor preventieve maatregelen.
8. Een federaal plan voor de strijd tegen het roken (http://www.rudydemotte.be/tobacco.htm): de rampzalige effecten van tabak op de gezondheid zijn terdege bekend en worden elk jaar opnieuw in herinnering gebracht door de berichtgeving van het OIVO over dit onderwerp. De verbruikersorganisaties zijn bijgevolg opgezet met de goedkeuring door de Regering, in januari 2004, van een Federaal Plan voor een geïntegreerde strijd tegen het roken. Maar het Plan zou meteen ook heel concrete maatregelen moeten inbouwen om de opvolging te waarborgen én de financiële middelen te voorzien om die uit te voeren: zowel op het vlak van de verkoop van tabaksproducten, wat betreft de beperkingen die aan de rokers op openbare plaatsen en op het werk worden opgelegd, inzake de financiële steun aan al wie wil stoppen met roken en betreffende het in werking stellen van het "Fonds voor de strijd tegen het roken". Laten we hopen dat dit Fonds goed en wel van start kan gaan op 1 juli aanstaande, zoals voorzien!
Enkele toelichtingen
Al 20 jaar lang laat het OIVO elk jaar een enquête uitvoeren onder een representatieve steekproef van de Belgische bevolking. In 2004 telde de steekproef 1.022 personen. De resultaten van deze enquête kunnen worden gedownload van de website van het OIVO: Enquête (document PPS - 693 KB). Ze zijn eveneens verwerkt in het geactualiseerde documentatiedossier over tabak, dat ook van deze site gedownload kan worden (Dossier PDF document, 105 KB). Dit dossier, dat voor de gelegenheid geactualiseerd werd, bevat nog een hele reeks andere gegevens over de gezondheidsrisico's die aan roken verbonden zijn, de invloed van actief en passief roken, de wetgeving, de etikettering van de tabaksproducten enzovoort.
Meer info:
Ingrid Vanhaevre: tel. 02/547.06.30
Contacten met de pers: Antoinette Brouyaux, 02/547.06.04, Press@oivo.be
Resultaten van de enquête 2004 en volledig dossier Tabak: www.oivo.be
Tabellen
Tabel 1: Percentage regelmatige/dagelijkse rokers in België (van 15 jaar en ouder)
|
Mannen |
Vrouwen |
Totaal |
1990
1991
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2004 |
38 %
33 %
31 %
31 %
33 %
33 %
34 %
31 %
30 %
31 %
36 %
34 %
33 %
30 % |
26 %
24 %
21 %
19 %
19 %
24 %
27 %
22 %
23 %
26 %
26 %
22 %
25 %
25 % |
32 %
29 %
26 %
25 %
26 %
28 %
30 %
26 %
27 %
29 %
31 %
28 %
29 %
27 % |
Bron: OIVO
Tabel 2: Percentage regelmatige/dagelijkse rokers in Vlaanderen en in Wallonië (15 j. en ouder) (1)
| |
Vlaanderen |
Wallonië |
Verschil |
1990
1991
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2004 |
28 %
25 %
23 %
23 %
23 %
27 %
30 %
25 %
27 %
26 %
28 %
28 %
26 %
27 % |
32 %
33 %
29 %
26 %
30 %
29 %
31 %
27 %
26 %
32 %
33 %
29 %
35 %
27 % |
+ 4 %
+ 8 %
+ 6 %
+ 3 %
+ 7 %
+ 2 %
+ 1 %
+ 2 %
- 1 %
+ 6 %
+ 5 %
+ 1 %
+ 9 %
0 |
Bron: OIVO
Tabel 3: Het rookgedrag per provincie

Tabel 4: De leeftijd van de eerste sigaret

Tabel 5:
| Evolutie van de verkoop in de tabaksector |
|
Verkoop van sigaren in België |
Verkoop van sigaretten in België |
Verkoop van rol-, snuif- en pruimtabak |
| Jaar |
In miljarden eenheden |
In 1000 ton |
| 1990 |
0,642 |
13,687 |
4,579 |
| 1991 |
0,605 |
13,966 |
4,518 |
| 1992 |
0,558 |
13,543 |
4,780 |
| 1993 |
0,527 |
12,556 |
4,555 |
| 1994 |
0,578 |
12,085 |
4,940 |
| 1995 |
0,572 |
12,373 |
6,561 |
| 1996 |
0,555 |
12,270 |
7,719 |
| 1997 |
0,571 |
11,576 |
8,667 |
| 1998 |
0,562 |
12,295 |
9,287 |
| 1999 |
0,603 |
13,448 |
8,217 |
| 2000 |
0,596 |
13,732 |
8,716 |
| 2001 |
0,542 |
13,030 |
7,017 |
| 2002 |
0,629 |
14,314 |
8,417 |
| 2003 |
0,528 |
14,287 |
8,327 |
Bron: Federale Overheidsdienst Financiën
Tabel 6
| Jaar |
Miljoen BEF |
EURO |
1990
1991
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003 |
36.953
39.512
41.985
46.603
50.007
53.157
56.614
57.530
62.801
68.226
72.323
69.073
79.852
87.302 |
916
979
1.040
1.155
1.240
1.318
1.403
1.426
1.557
1.691
1.793
1.712
1.979
2.164 |
Bron: Federale Overheidsdienst Financiën
1. De percentages voor Brussel kunnen van jaar tot jaar grote verschillen vertonen. Aangezien de steekproef slechts betrekking heeft op 180 à 240 personen, zijn deze niet in de tabel opgenomen.